Zoek een winkel

Vogels: gefladder in je tuin

  • + 900 medewerkers
  • + 158 winkels
  • + 7.000 producten

Vogels: gefladder in je tuin

De winter is een schitterende periode om vogels te observeren.

Maar het is ook hét moment om hen te hulp te schieten ... ontdek het leven in je tuin.

REGELMAAT

Voor je beslist om de vogels de voederen, moet je onthouden dat het essentieel is voor hen om het voederen niet te onderbreken tijdens periodes van extreme kou, want ze beschikken niet over voldoende reserves om een andere voedingsbron te vinden.

Door de tuinvogels elke dag op dezelfde plek en op hetzelfde uur te voederen, zorg je ervoor dat ze hun energie kunnen sparen en gemakkelijker kunnen overleven. Laten we niet vergeten dat ze elke nacht tussen 10% en 12% van hun gewicht verliezen in hun strijd tegen de kou.

PICKNICK

Elke vogel heeft zijn eigen voedingsgewoontes. Sommige voeden zich liever in de hoogte, andere houden van voederhouders of hangend voedsel. Maar het roodborstje, de merel, de heggenmus, de vink en de spreeuw pikken hun voedsel liever van de grond. Voor hen is het beter om een bakje of een schoteltje te voorzien om de zaden droog te houden. Weet echter dat spechten niet van voederbakjes houden - ze voederen zich voornamelijk met mieren, dus op de grond. In de winter lusten ze ook wel meelwormen. Varieer dus het soort eten dat je hangt, legt of strooit in je tuin tijdens de winter.

WATER

Vergeet het water niet, dat is onmisbaar. Ververs het water meerdere keren per dag om te vermijden dat het bevriest. De vogels zullen snel de tijdstippen ontdekken waarop je het ververst. Zorg ervoor dat het water niet hoger komt dan twee tot drie cm om te vermijden dat ze zin krijgen zich erin te baden, want dat zou wel eens fataal kunnen aflopen.

Tip: plaats een theelichtje in een omgekeerde terracotta pot. Zet het bakje met water op de pot en let erop dat er een beetje lucht in de pot kan om te vermijden dat de kaars uitdooft. Zeker geen antivries toevoegen, want dan vergiftig je de vogels die je net probeert te helpen. Voeg ook geen zout toe.

VOEDING

Sommige vogels hebben een gevarieerde voeding, zoals de meeste bezoekers in de tuin, en andere hebben dan weer een speciaal dieet. We sommen alvast de meeste voorkomende op:

We weten dat goudvinken vooral de zaden van essenbomen, braamstruiken, zuring en brandnetels weten te appreciëren, maar als ze er geen vinden, dan zullen ze de knoppen van de bomen eten, vooral van fruitbomen. Vogels die we vroeger enkel in bossen vonden, zien we vandaag in parken en stadstuinen. Het roodborstje of de merel zijn niet meer strikt genomen bosvogels.

In onze tuinen vinden we insectenetende en zaadetende vogels. In het kort, zaadetende vogels hebben een korte, stevige bek waarmee ze het zaad kunnen ontbolsteren, zoals bij mussen en vinken het geval is. Terwijl de insecteneters een langere en spitsere bek hebben, die iets minder stevig is. Dat is zo bij mezen, merels, boomkruipers, winterkoninkjes en heggenmussen.

Zonnebloempitten zijn altijd een goede basis voor vogelvoeding. De meeste vogelsoorten die we in onze tuin vinden, zijn erop verzot . Het is dan ook het meest voedzame zaad. Je zal merken dat er veel meer van wordt gegeten dan van andere zaadsoorten. Je vindt er zeker en vast in je favoriete Tom&Co. Als de zonnebloempitten en pindanoten bliksemsnel verdwijnen, dan is dat wellicht te wijten aan de glanskopjes en de boomklevers. Niet verwonderlijk, want zij leggen soms voorraden aan en verstoppen ze, voor als moeilijke tijden aanbreken.

Mezen slaan ook insecten in. De gaai bijvoorbeeld vindt de eikels zelfs als ze onder de sneeuw verstopt zitten. Als je dus een eik hebt staan in je tuin, denk er dan aan om de eikels te bewaren voor de gaaien in de winter. Ook pindanoten hebben een hoge voedingswaarde.

Vogels houden ook van gedroogde vruchten walnoten en gebroken hazelnoten. Sommige zaadeters, zoals de groenlingen en vinken, maar vooral de lijsters en merels, zullen het op prijs stellen om (stukjes) appel te vinden, zelfs al zijn ze wat bedorven. Het beste is om de voeding op de grond te gooien. De insectenetende vogels smullen van vette voeding, zoals ongezouten spek, hamvet, margarine, stukjes reuzel of jonge kaas. Opgelet wel, want gebakken vet is giftig voor veel vogels.

TREKVOGELS

De wintertrek, een fenomeen dat zich elk jaar herhaalt. De trekvogels doorklieven klapwiekend de hemel: dit natuurwonder laat je niet onberoerd!

Zij die vertrekken

Van half juni tot november, maar vooral tussen 15 augustus en half oktober, migreren veel vogels uit gematigde zones naar het zuiden. Vooraleer ze hun lange reis aanvangen, leggen de vogels energiereserves aan die ze als vet opslaan.

Waarom vertrekken ze?

In tegenstelling tot wat velen denken, vertrekken ze niet omdat het koud wordt. Door een tekort aan beschikbare voedselbronnen zien ze zich genoodzaakt om andere oorden te gaan opzoeken, waar ze zich kunnen blijven voeden tijdens de winter. Onder de insecteneters, zoals de boeren- en de huiszwaluw, de grasmus, de boszanger en de nachtegaal, vinden we de meeste trekvogels ... want tijdens de winter vinden ze geen insecten om zich te voeden. De zaadeters en de omnivoren, zoals de vinken, de putters en de goudvinken, zijn honkvaster en dus migreren ze naar minder verre oorden.

Migratiewijze

Sommige soorten zijn echte trekvogels, andere slechts gedeeltelijk, wat betekent dat binnen dezelfde soort sommige migreren en andere ter plaatse blijven. Inderdaad, ‘het’ roodborstje dat bij jou in de tuin verschijnt, is niet noodzakelijk hetzelfde het hele jaar door.

Welke vogels zijn er bij ons te vinden?

Tijdens de winter komen enkele soorten uit het noorden (die we tijdens de zomer niet zien) zich bij onze sedentaire en semisedentaire vogels voegen. In de tuin zien we de keep en de koperwiek enkel tijdens het koude seizoen, net zoals de pestvogel zich slechts bepaalde jaren laat zien.

Andere soorten, die zich tijdens de zomer min of meer beperken tot de Ardennen, vinden we dan in alle regio’s: de kramsvogel, de sijs en de barmsijs. Drasland, rivieren en waterrijke gebieden kunnen talrijke soorten herbergen tijdens de winter: vijf fuutsoorten, drie soorten duikers, de aalscholver, de waterhoen, de meerkoet, drie zwanensoorten, ‘grijze’ ganzen, oppervlakteeenden en duikeenden. Er moet nog melding gemaakt worden van twee exotische soorten, soms bestempeld als ‘invasieve’ soorten. Het gaat over de Canadese gans en de Nijlgans.

Waar vinden we die trekvogels?

In Wallonië

Het leeuwendeel van de watervogels zijn soorten die typisch voorkomen tijdens de winter. Om ze te observeren, ga je best naar de Maas of naar een groot waterrijk gebied. Bij de stuwdammen van de meren van l’Eau d’Heure is het elk jaar opnieuw opmerkelijk om vogels te observeren, maar de site is groot en omwille van de lange afstanden is geschikte apparatuur (telescoop) vereist.

Een waar paradijs voor watertrekvogels is het meer van Virelles. Het domein beschikt over een goede infrastructuur (de Aquascope van Virelles) waardoor je niet enkel vogels kan gaan ontdekken, maar ook verschillende andere natuuractiviteiten kan meepikken.

In Vlaanderen

Natuurpunt beheert meerdere sites waar veel trekvogels komen rusten en zich bevoorraden. Deze sites beschikken eveneens over een infrastructuur die ervoor zorgt dat je de vogels kan observeren (hutten, observatietorens, bezoekerscentrum). Twee sites worden erkend als topsites voor de observatie van vogels.

De Uitkerkse polder, een kwelderzone, is zelfs van Europees belang voor het observeren van trekvogels, zoals onder andere de lepelaar, de kemphaan, de rosso grutto of de goudplevier.

Het natuurdomein de Bourgoyen, ten westen van Gent, is erin geslaagd om niet beïnvloed te worden door de uitbreiding van de stad. De omgeving is erg gunstig voor de overwintering van duizenden watervogels. Je kan er zelfs de smient en de slobeend observeren. 

Gerelateerde producten: